
Recensie
Vier handen en een stem
In het begin was er omzeggens niets: een piano, een stoel, vier handen en een stem, omsloten in een witte ruimte. Na anderhalf uur woord en muziek is het wonder weer gebeurd: ik ga naar huis met – in mij – een hele onvatbare wereld die ik dagenlang kan meedragen.
In het intieme kader van het museum Leon De Smet te Deurle bracht Trui Vandewalle samen met de pianisten Guy Penson en Sylvia Bernier een poëtisch-muzikaal programma van een wondermooi artistiek gehalte.
In het eerste deel vertolkten ze werk van Multatuli, Gezelle, van de Berge, Mulisch, Rens, Lundkvist en van Brahms, Ravel, Chopin, Satie en W.F. Bach.
Liefde, ontgoocheling, verlangen, angst, verwondering: meestal heel lyrisch, soms puur nonsensicaal.
Verder op de avond ontpopte Trui Vandewalle zich, na het virtuoze zelfrepeterend gedicht van Sybren Polet, tot een vertolkster met dramatische kwaliteiten. In ‘De sonate van het maanlicht’ van Yannis Ritsos gaf ze op een magistrale wijze aan een ouder wordende vrouw die, gefascineerd door het maanlicht en gekweld door eenzaamheid, in een denkbeeldige dialoog met een jonge man afscheid neemt van haar jeugd.
Adembenemend lang hield Trui Vandewalle de toeschouwers in de ban.
Beethovens Mondscheinsonate (Guy Penson) omsloot ons mee in de magie van woord, mimiek en muziek.
Een meesterlijk trio.
D.V.K.


